3 tegen 3 met 2 kleine doeltjes
Passen
gemiddeld
Drie tegen drie op twee kleine doeltjes — één speler meer, dus je moet gaan kijken waar je maatje staat.
Wat heb je nodig
1 bal, 2 kleine doeltjes, hesjes in twee kleuren
Zo doe je het
-
1
Zet een veld uit met aan beide kanten een doeltje.
-
2
Speel drie tegen drie.
-
3
Scoor in het doeltje van de tegenpartij.
-
4
Bal eruit? Dribbel hem weer in.
Te moeilijk?
Maak het veld groter.
Te makkelijk?
Maak het veld kleiner.
Waar let je op
- Met drie kan er iemand vrijstaan; benoem dat als het gebeurt.
- Houd de partijtjes kort, twee of drie minuten.